zondag 13 december 2009

Top Andorra bereikt!

De Mont Blanc is deze zomer niet gelukt, maar nu heb ik toch in één week twee Tops of Europe bereikt. Het benodigde jaargemiddelde is daarmee behaald.
Het gaat wel om twee mini-staatjes: op 24 oktober Monaco en op 28 oktober Andorra. Die laatste is wel een echte berg: Coma Pedrosa (2941 m). En in de late herfst klimmen is toch een beetje extra spannend. Hoe zijn de sneeuwcondities? Is de hut nog open? Hoe stabiel is het weer?

Wat sneeuw en weer betreft heb ik vet mazzel. De hele week stabiel zonnig en warm. Negen dagen lang strak blauwe luchten, wat wil je nog meer.
De sneeuwgrens lijkt bij nadering van de Pyreneeën op ongeveer 2500 m hoogte te liggen. Dat is mooi, want dan hoef ik in het dal niet door zachte sneeuw te baggeren. Op de kam zal de sneeuwdikte wel meevallen.

Ik overnacht in een goedkoop maar keurig hotelletje in Arinsal, aan de voet van de Coma Pedrosa. Geheel in stijl heet het hotel ook zo. De hotelbaas weet me, na overleg met de lokale VVV, te vertellen dat de Coma Pedrosa hut dicht is. Daar had ik wel op gerekend, en daarom mijn winterslaapzak en kookspulletjes meegenomen. In het Winterraum overnachten is ook wel weer eens leuk. Maar: de hotelbaas bezweert me dat deze hut geen winterruimte heeft! Ik vind dat moeilijk te geloven, maar moet er toch vanuit gaan dat hij gelijk heeft.
Dat betekent dat ik de beklimming in één dag moet doen, i.p.v. de anderhalve dag die ik gepland had. Hm, 1500 m op en neer. Normaliter geen probleem, maar deze zomer bleek mijn conditie zeer slecht te zijn, na de longontsteking in juni. Zou het nu beter gaan? Ik kan nu wel een veel lichtere rugzak meenemen.

De volgende dag ga ik tegen 7:00 uur op pad. Het is nog donker, maar tegen de tijd dat ik het karrenspoor verlaat en op de bospaadjes kom, is het licht genoeg. Ik stap flink door - lekker, zo'n lichte rugzak. Regelmatig staan er bomen in prachtige herfsttooi. Jammer dat dit dal zo lang in de schaduw blijft, door de laag staande zon.





























Na twee uur ben ik al bij de Coma Pedrosa hut. Terwijl er 2:20 uur voor staat. Wauw, ik ga als een trein; 750 m stijgen in 2 uur is weer ouderwets. Wat een verschil met deze zomer.
De hut ligt 40 m boven de route, maar ik moet natuurlijk even kijken of er niet toch een Winterraum is....
























En ja hoor, gewoon open. Zo zie je maar weer, je moet je eigen inzicht vertrouwen, en niet een lokale hotelbaas.

Ik laat wat overtollige bagage in de hut achter, en ga weer op pad. Er gaat een mooi pad omhoog; het ziet ernaar uit dat dit wat hoger aansluit op het normale pad. In mijn euforie over het goede verloop verzuim ik echter om op de kaart te checken of dit wel waar is... Als ik hoger ben en beter overzicht krijg, blijk ik helemaal verkeerd te zitten. Ik ben op weg naar de Portetta de Sanfons (2581 m). Ik had terug moeten gaan naar het pad door het dal, en pas later naar rechts omhoog (zie kaart, paarse lijn).

(Paarse route = gepland. Rode route = uitgevoerd)




















Wat nu? Ik heb geen zin om weer af te dalen. Een nauwkeurige blik op de kaart leert dat er een route over de gehele kam loopt, via de Pic de Sanflons (2894 m), de Agulla de Baiau (2863 m) en de Pic de Baiau (2886 m), en daarvandaan naar de Coma Pedrosa. Dat ziet er interessant uit. Wel tijdrovender dan de normaalroute, maar ik lig vóór op het schema. Bovendien kan ik op drie punten naar het dal afdalen, als het te lang gaat duren. Vóór donker moet ik terug kunnen zijn.
Ik loop het risico de top vandaag niet te halen, maar ik heb nòg twee dagen, dus dan kom ik gewoon terug. Heerlijk toch, dat ik voor de planning geen rekening hoef te houden met het weer. Hartstikke stabiel voor de rest van de week.






































Er blijkt een af en toe nauwelijks zichtbaar spoor te lopen. Maar het is goed te doen. Soms over de kam en soms onder de toppen langs. Dat laatste is nog het lastigste, omdat daar regelmatig sneeuwvelden liggen. Geen stevige Firn, maar slappe verse sneeuw. Soms maar een dun laagje op gras en stenen, dus uitglijgevaar. Voorzichtig elke stap testen alvorens hem te belasten. Kost een hoop tijd, maar ik loop hier helemaal alleen, dus voorzichtigheid is geboden.


















Genieten, hoor, zo'n dag helemaal alleen in de bergen, zonder een mens te zien. Volledig op jezelf aangewezen, volstrekte stilte, puur natuur.



















Aan de franse kant liggen een paar mooie meertjes: de Estanys de Baiau.



















En onderaan de Coma Pedrosa het meertje Estany Negre. De normaalroute loopt over de kam links; die neem ik voor de afdaling.

Er zijn verder geen klimtechnische problemen onderweg, en om 13:45 uur sta ik in de Collada del Forat deis Malhiverns (2823 m), onderaan de topgraat. Mooie naam - iets van "het bos van de slechte winters" of zo?



















Een blik terug op de gevolgde route over de kam. Net buiten de linker fotorand ben ik omhoog gekomen, en dan de kam helemaal gevolgd over de tussentop heen tot de pas rechts.

Nog ruim 100 m stijgen. Voor de zekerheid nog even de planning doorlopen, want ik kan zonodig hier vandaan makkelijk het dal in. Voor de normaalroute staat omhoog 4:30 uur, dus in de afdaling pakweg 3:30 uur. Dat betekent dat ik om 18:15 uur terug moet kunnen zijn. Dan begint het net te schemeren. Het wordt krap, maar het laatste stuk is een karrenspoor, en dat gaat met een koplampje best. Dus geen reden om nu de topbeklimming af te kappen.



















Het laatste stukje is ook niet lastig, en 14:15 uur sta ik op de top van de Coma Pedrosa. Geen mooi topkruis, helaas, het is geen Oostenrijk. In het zonnetje zittend, geniet ik van een welverdiende lunch en het uitzicht rondom. Zeven uur in touw geweest, met weinig rust. Dit is wel het hoogste punt van Andorra, maar niet van de omgeving. De bergen verderop in Frankrijk zijn net wat hoger.



















Blik naar het dorp Arinsal in het dal.

Laat ik eens een sms-je versturen naar een paar vrienden, om de topbeklimming te melden. Wat, geen bereik? Op de top, met dit wijde zicht? Dat is ongewoon. Hm, dat betekent dat ik ook geen hulp kan inroepen als er iets mis gaat. Extra reden om voorzichtig af te dalen.



















De normaalroute is iets makkelijker dan mijn stijgroute, en er zijn meer en duidelijker sporen. Maar veel sneller gaat het niet, vanwege mijn zwakke knieën. Iedere stap moet ik opvangen met de stokken. De hut lijkt nog erg ver weg (bij het meertje).

Het duurt en duurt, en de schaduwen worden steeds langer. De vermoeidheid gaat opspelen. Hopelijk komt er straks een pad waarop ik vlotter kan doorstappen...



















Het dalletje is prachtig. Maar het pad wordt niet minder stenig, dus het tempo blijft laag.
Van hier kan ik het paadje door het bos zien dat ik op de heenweg had moeten nemen.
Om 17:00 uur ben ik weer bij de hut, om mijn achtergelaten spulletjes op te halen. Nog even kijken of ik niet over een bordje heengekeken heb. Nee hoor, er staat alleen een bordje naar de Sanfons, niet naar de Coma Pedrosa. En het goede paadje is hier vandaan nauwelijks te herkennen.



















Wat een stom gedoe van die lokalen hier. Vanaf de Coma Pedrosa hut wijzen ze niet eens de weg naar de Coma Pedrosa! Ik loop inwendig flink te mopperen, maar natuurlijk vooral op mezelf. Niet op de kaart kijken is een beginnersfout (die ik helaas wel vaker maak...).

Het stenige pad door het bos naar het dorp begint steeds meer op een helse tocht te lijken. Nog steeds moet ik elke stap opvangen met de stokken. Het begint te schemeren, en ik krijg pijn in mijn rug. Ik ben nu 11 uur in touw, veel langer dan verwacht. Veel druivensuiker houdt me op de been.
Eindelijk bereik ik, bij invallende schemer, het karrenspoor waar ik de benen kan laten zwaaien. Nu zal het sneller kunnen; nog een half uurtje naar het dorp? Nog een druivensuikertje en een slok water, en dan snel door. Oh shit, wat overkomt me nu? Begint mijn maag opeens pijn te doen. Druivensuiker werkt toch niet op de maagwand? Er zit niets anders op dan het tempo weer te laten zakken.
Zo strompel ik uiteindelijk om 19:00 uur het dorp in. Gelukkig staan daar een paar mensen te praten, en een jonge vrouw ziet dat ik het moeilijk heb. Ze biedt me een lift aan naar het hotel. Dat scheelt toch mooi 2 km. strompelen. Zodra ik in de auto zit, zakt de maagpijn weg. Blijkbaar was dit weer een nieuwe manier van mijn lichaam om te protesteren tegen overbelasting.

De ontvangst in het hotel is vriendelijk, maar niet opgelucht. De baas heeft zich er duidelijk géén zorgen over gemaakt dat ik niet voor donker terug was. Ach, dat hebben we wel vaker meegemaakt. Voor je gevoel beleef je een heroïsch avontuur in de bergen, maar in het dorp gaat het leven gewoon zijn achteloze gang.

's Avonds knap ik al weer snel op. "Doodgaan" bij een afdaling is toch anders dan bij een klim; deze zomer was ik na 6 uur afzien dieper kapot dan nu na 12 uur inspanning. Toen had ik er de volgende dagen nog last van, nu niet. Maar ik neem wel een lekkere rustdag, met een boekje op een bankje in de zon. Met veel fruitsap en drinkyoghurt, want mijn lijf schreeuwt daarom. Dat dan weer wel.

Top Monaco bereikt!

Ja ja, op 24 oktober was het zover: ik heb het hoogste punt van Monaco bereikt :-)

Dat was nog een hele expeditie, met Leo en Truus naar Zuid-Frankrijk. (Voor wie hen nog niet kent: Leo = motor en Truus = navigator). Eerst naar Frankfurt rijden, daar op de nachttrein naar Alessandria (Italië) en vandaar door de Alpes Maritime naar Monaco. Zie blog voor meer details.

















Monaco op een mooie zaterdagmiddag is natuurlijk een gekkenhuis. En met al die gestapelde éénrichtingwegen raakte Truus regelmatig de weg kwijt. Dan dacht ze dat ik op een weg reed die weliswaar slechts 3 m naar rechts lag, maar toch echt 20 m hoger.
Afijn, na de binnenstad drie keer doorkruist te hebben, kwamen we er toch uit.



















Als je wat hoger komt is het uitzicht op het oude paleis en de haven best imposant.

Het hoogste punt, op de grens van Frankrijk en Monaco, heb ik bepaald met digitale kaarten (Mapsource) en Google Earth. (Zie blog)

























Volgens deze informatie ligt dit huis op het hoogste punt. Helaas zijn Google en Mapsource het niet helemaal eens over het verloop van de grens, en terplaatse staan geen grenspaaltjes. Dus ik weet niet of dit huis net in Frankrijk of net in Monaco ligt. Maar ja, of het nou de linkerhoek of de rechterhoek van het huis is, het hoogste punt van Monaco staat op deze foto :-).


















Volgens Truus is het hier 172 m hoog. Erg betrouwbaar is dat getal niet, want het springt regelmatig een paar meter op en neer. Deze waarde is ongeveer het maximum dat Truus aangaf, dus de Monegasken moeten er maar tevreden mee zijn.

zondag 18 oktober 2009

Europa

Sinds 2005 is het mijn doel om van elk land in Europa het hoogste punt binnen de geografische grenzen van Europa te bereiken. Hiervoor houd ik als grenzen aan: de Oeral en de Kaukasus. Rusland valt hier dus wel binnen, maar Georgië niet. Voor Turkije houd ik het hoogste punt op het Europese deel van het land aan.

Op onderstaande plaatjes zijn alle hoogstepunten aangegeven. Dat zijn uiteraard lang niet altijd bergen; soms is het maar een heuveltje. Aanklikken vergroot de plaatjes.






















De groene symbolen geven de reeds bereikte hoogstepunten aan.














































De complete lijst is:
(De links gaan nog grotendeels naar mijn tiscali homepage. Gaandeweg zal ik ze verplaatsen naar deze blog.)

Albanië (Golem Korab, 2751 m)
Andorra (Coma Pedrosa, 2941 m)
België (Signal de Botrange, 694 m)
Bosnië-Herzegovina (Maglic, 2386 m)
Bulgarije (Musala, 2925 m)
Cyprus (Mount Olympus, 1953 m)
Denemarken (Yding Skovhøj, 173 m)
Duitsland (Zugspitze 2963 m)
Estland (Suur Munamägi, 318 m)
Finland (Haltiatunturi, 1324 m)
Frankrijk (Mont Blanc, 4807 m)
Griekenland (Olympus, 2917 m)
Hongarije (Kékes, 1014 m)
Ierland (Carrauntoohil, 1041 m)
IJsland (Hvannadalshnukur, 2119 m)
Italië (Mont Blanc, 4807 m)
Kosovo (Djeravica, 2656 m)
Kroatië (Dinara, 1830 m)
Letland (Gaizina Kalns, 312 m)
Liechtenstein (Grauspitz, 2599 m)
Litouwen (Juozapine, 294 m)
Luxemburg (Buurgplaatz, 559 m)
Macedonië (Golem Korab, 2751 m)
Malta (Dingli Cliffs, 258 m)
Moldavië (Dealul Balanesti, 430 m)
Monaco (Mont Agel, 162 m)
Montenegro (Kolata, 2534 m)
Nederland (Vaalserberg, 322 m)
Noorwegen (Galdhøpiggen, 2469 m)
Oekraïne (Hoverla, 2061 m)
Oostenrijk (Grossglockner, 3797 m)
Polen (Rysy, 2499 m)
Portugal (Torre Estrela, 1993 m)
Roemenië (Moldoveanu, 2544 m)
Rusland (Elbrus, 5633 m)
San Marino (Monte Titano, 749 m)
Servië (Midžor, 2169 m)
Slovenië (Triglav, 2864 m)
Slowakije (Gerlachovsky Stit, 2655 m)
Spanje (Mulhacén, 3482 m)
Tsjechië (Sněžka, 1602 m)
Turkije (Büyük Mahja Dagi, 1031 m)
Vaticaanstad (Vatican Hill, 75 m)
Verenigd Koninkrijk (Ben Nevis, 1344 m)
Wit-Rusland (Dzyarzhynskaya, 345 m)
Zweden (Kebnekaise, 2111 m)
Zwitserland (Dufourspitze, 4635 m)

De hoogste vijf toppen heb ik al gehad. De Mulhacén (Spanje) is de laatste drieduizender die nog op het verlanglijstje staat. Maar veel van de lagere bergen zijn lastiger. Vooral IJsland is zwaar (2000 m op en neer).


Oostenrijk: Grossglockner (3797 m)

Gelukt!
Op 6 augustus 2008 om 9:50 uur stonden we op de top.

























(Nou ja, op deze foto zaten we.)


































Pasterze-gletscher en Grossglockner (links in de wolken) vanaf de Franz Josefshöhe





















De top van de Grossglockner






































Op 3 augustus staan de ‘helden’ klaar op de parkeerplaats bij het Lucknerhaus bij Kals, aan het begin van de wandeling door het Ködnitztal naar de Stüdlhütte. Het weer is die morgen zonnig, maar achter in het dal hangen de wolken al weer zwaar van de regen. De voorgaande twee weken was dat het patroon: een paar uur mooi weer, maar dan weer regen en onweer, hoger in de bergen vergezeld van hagel en sneeuw. Op meer dan een halve dag goed weer konden we niet rekenen, dus we hebben de tocht in stukken van 4-5 uur gehakt, met een extra overnachting.
Na twee weken training en selectie bestaat het A-team uit; Jos en Tamara Griffioen, Wouter Vrolijk en Maarten Pronk, en ikzelf. We laten zes familieleden in spanning op de camping achter.



















De Stüdlhütte blijkt een verrassend goede keuken te hebben. Sommige gasten lijken vooral daarom naar deze hut te komen. Gezellig met een paar vrienden een dagje wandelen en lekker eten in de bergen, en dan de volgende dag weer naar beneden.





In de hal van de hut hangt een klimmer ….
Dat geeft weer een heel nieuwe betekenis aan het begrip artificieel klimmen…



















De route die wij gaan volgen is de normaal-route, met een over-nachting in de Erzherzog Johann Hütte op de Adlersruhe.




moeilijkheidsgraad: PD, gletsjer 35°, UIAA II




















De volgende ochtend is het stralend weer. We staan hier op de aanbindplek voor de Ködnitzkees (Kees = gletsjer).
De zuidkant van de Grossglockner ziet er duidelijk anders uit dan de imposante oostkant.
Het spoor over de gletsjer loopt naar rechts uit beeld…..
…en dan omhoog de rotsen op.


















Er volgt een aardige, met staalkabels gezekerde klim over de rotsen naar de hut, die op het topje van de schouder staat.
De instap van deze rotspassage vanaf de gletsjer is nog het lastigste.

De verdere klim naar de top van de Grossglockner gaat naar links, over de gletsjer net achter de hier zichtbare kam.

Erzherzog-Johann-Hütte (3454 m)












Zo ligt de hut erbij met mooi weer. Zoveel geluk hebben wij niet. We zitten een dag in de hut vast, omdat de berg volledig in de mist zit.
Terwijl de berggidsen hun arme klanten de berg op slepen (morgen komen weer nieuwe klanten, nietwaar), blijven wij lekker in de warme hut. Lezen, schaken, puzzelen - ach, je komt zo’n dag wel door.



























Het uitzicht vanaf het bordes is best imposant, als er eens een gaatje in de bewolking valt.
De gletsjer aan de oostzijde ziet er zo spannend steil uit dat we besluiten om toch maar weer aan de zuidzijde af te dalen. Maar eerst moeten we nog omhoog…























Laten we van de gelegenheid gebruik maken om het aantrekken van de klimgordels nog eens goed te oefenen.




















Na een korte nachtrust in het Lager begint de topdag.




















Zo’n zonsopgang is altijd extra mooi als je op de berg bent.




















Als we bij de gletsjer aankomen, ligt de top al in de eerste zonnestralen.
De route loopt via de smalle sneeuwtong linksboven (het “Glocknerleitl”).

















In de gidsen wordt gewaarschuwd voor de Wächte (overhangende sneeuwgraat) op de Kleinglockner.
De rotsgraat blijkt echter sneeuwvrij en kurkdroog. Dat is lekker klimmen. Alleen in de Scharte tussen Klein- en Grossglockner ligt een smalle reep sneeuw, dus dat doen we goed gezekerd en extra geconcentreerd.
Jammer dat het zo druk is. Op de sleutelpassage is het dringen geblazen tussen de stijgers en de afdalers.
Hierdoor, en omdat we de hele route gezekerd klimmen, doen we er drie uur over om op de top te komen.























Op de hele rotsgraat staan stalen palen om aan te zekeren.














Om 9:50 uur staan we bij het topkruis.
Een imposant geval, vol herinneringsbordjes en met boeddhistische gebedsvlaggetjes eraan.






















Top of the World. Nou ja, van Oostenrijk.




















De Franz Josefs Höhe gezien vanaf de top. Vreselijk, zo’n gigantische parkeergarage midden in de bergen.




















Het weer houdt zich goed, dus we kunnen diezelfde dag nog afdalen.
Via een iets andere, extra spannende route door hetzelfde Ködnitztal terug naar het Lucknerhaus, waar we door Ruud Vrolijk opgehaald worden. Met enige vertraging, omdat hij aan de andere kant van de berg op ons stond te wachten…